Slaap kindje slaap, je kindje is een aap

‘Mama, kijk eens wat ik kan?’ Mijn dochter doet haar armen om mijn nek en haar benen om mijn heupen en klemt zich stevig vast. ‘Laat maar los mama, ik kan zonder draagdoek aan jou hangen!’ Ik laat los en ja hoor, daar hangt ze, zonder draagdoek in de perfecte ergonomische M-houding. Geen geknoop met een draagdoek of geklik met een drager. Ze blijft gewoon hangen! ‘Ben jij een aapje?’, vraag ik haar. ‘Ja ik ben een aap’, roept ze giechelend en trots.

En weet je wat? Het is ook nog echt zo. Mijn dochter is instinctief en biologisch gezien net een klein aapje. Geboren met twee handjes die meteen stevig konden grijpen, met twee naar binnen gebogen beentjes en voetjes, die reflexmatig in een perfecte hurk-spreid houding omhoog gingen bij het optillen én een gebold ruggetje passend bij de natuurlijke houding van een ‘jong’ dat gedragen wil worden. En haar Mororeflex ook wel ‘omklemmingsreflex’ genoemd, was ook duidelijk aanwezig. ‘Als ik val dan grijp ik me meteen vast aan de vacht van mama’, bedacht mijn dochter zich instinctief.

Viel dat even tegen! Dat mijn vacht alleen nog maar bestaat uit een laagje kleine donshaartjes waar zij met geen mogelijkheid aan kon blijven hangen. Ik ben er zelf wel blij mee dat ik niet met een apenvacht door het leven hoef, maar arme dochter, zij had zich toch wel graag vast willen grijpen aan mij.

Ik verzin dit niet zelf, hoor. Het zit namelijk zo dat in de natuur drie soorten zoogdieren te onderscheiden zijn; nestblijvers, nestvlieders en draaglingen. Konijnen en vossen zijn nestblijvers. Zij worden vaak naakt, blind en doof geboren en blijven urenlang alleen achter in hun nest als hun moeder op pad is. Ze geeft haar jongen daarom vetrijke moedermelk. De jongen houden zich keurig stil in hun nest als moeder weg is. Ze weten instinctief dat ze opgevreten worden als ze geluid maken. Nestvlieders worden geboren als kleine miniaturen van hun ouders. Giraffes en hertjes bijvoorbeeld. Zij staan meteen op na de geboorte, alle zintuigen werken en ze volgen hun moeder overal. Zij krijgen eiwitrijke melk voor een snelle groei en drinken regelmatig even een ‘milk-on-the-go’. Wanneer ze moeder kwijt zijn, is er paniek! Ze schreeuwen ‘Help! De leeuwen liggen op de loer! Mama bescherm me.’ Klinkt logisch toch?

 

En dan zijn daar de draaglingen, zoals apen. Zij worden hulpeloos geboren, maar alle zintuigen werken. Ze worden gevoed met koolhydraatrijke moedermelk, afgestemd op de vraag van een snelle hersenontwikkeling. Minder vet en eiwitrijk. Draaglingen hebben vaak voeding nodig, vanwege de snelle vertering en ze verzekeren zich van fysieke en emotionele veiligheid door tegen het lijf van hun moeder gedragen te worden. Zo kunnen ze vaak drinken en voelen ze zich actief beschermd. Wanneer draaglingen gescheiden worden van hun moeder, roepen ze om contact met hun moeder te herstellen. ‘Mama, waar ben je? Houd me vast!’

Het komt misschien nu niet meer als een verrassing dat onze kindjes draaglingen zijn. Met een natuurlijke behoefte aan nabijheid, warmte en veiligheid van hun moeder of vader. Het huid-op-huid-contact en de vele interactie met de moeder of vader, zorgt voor een veilige hechting en draagt bij aan de lichamelijke, sociale en emotionele groei van je kindje.

Stiekem zijn wij soms een beetje jaloers op die vossenmama’s die gewoon uren lang ‘me-time’ hebben als de vossenkids liggen te ronken in hun nest en zich nog netjes stil houden ook! Maar onze kindjes willen liever bij ons zijn, willen gedragen worden. Zij hebben geen boodschap aan onze drukke agenda’s. Weg vacht, kom maar door met die draagdoeken in al die prachtige kleuren en printjes! En zal ik je eens een geheimpje vertellen? Eenmaal dragend en knuffelend, kom je er al gauw achter dat dat eigenlijk ook je eigen instinct is. Het veilig en nabij dragen van je kindje voelt heel natuurlijk en is het fijnste ooit!


Voor meer informatie: http://www.ikdraagjeverder.nl/slaap-kindje-slaap-je-kindje-is-een-aap/